UMCNL pleit voor consistent en integraal preventiebeleid
Blijf inzetten op een aanpak voor Gezondheid in alle Beleidsdomeinen (GiaB), schaal bewezen effectieve interventies op het gebied van preventie op én zorg ervoor dat preventiebeleid standhoudt over jaren en generaties heen. Dat is de oproep van UMCNL aan de vaste Tweede Kamercommissie VWS, die morgen debatteert over leefstijlpreventie.
De umc’s van Nederland stellen in een brief aan de Tweede Kamerleden dat zij zich zorgen maken over de stijgende zorgvraag en groeiende gezondheidsverschillen. ‘Als we niet vol inzetten op gezondheid, lopen we vast. Krachtig inzetten op preventie is een randvoorwaarde voor een toekomstbestendig zorgstelsel’, aldus UMCNL-voorzitter Helen Mertens.
Gezondheid meenemen
Omdat slechts een klein deel van onze gezondheid wordt bepaald in de spreekkamer, maar in de omstandigheden waarin mensen wonen, werken en opgroeien, is het belangrijk om gezondheid mee te nemen in alle beleidsbeslissingen. Er is inmiddels een rijksbrede aanpak Gezondheid in alle Beleidsdomeinen, maar deze vraagt om een sterkere regie vanuit het ministerie van VWS.
De umc’s vragen dan ook om een effectieve integrale aanpak met bijvoorbeeld een rapportage over de voortgang en resultaten en een stevige koppeling met bestaande programma’s zoals het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Gezondheidsverschillen
Er wordt steeds meer bekend over de complexe oorzaken van gezondheidsverschillen. Tegelijkertijd blijven bewezen interventies op het gebied van leefstijlverbetering blijven vaak steken in tijdelijke pilots of losse initiatieven, terwijl structurele universele preventiemaatregelen het verschil maken. Een voorbeeld daarvan is het project De Gezonde Basisschool van de Toekomst, waaruit blijkt dat juist de combinatie van gezonde voeding én beweging op school effectief is.
Lange adem
Ten slotte geeft Mertens in haar brief aan dat een integraal preventiebeleid vraagt om consistentie en een lange adem. ‘De ambitie van de gezondste generatie ooit is alleen haalbaar als beleid niet meebeweegt met kabinetswisselingen, maar juist standhoudt over jaren en generaties heen.’ Dit betekent dat het kabinet structurele keuzes moet maken, voor een stabiele financiering moet zorgen en heldere doelen moet vaststellen waaraan de verschillende organisaties zich committeren.