Ga naar de inhoud

Verpleegkundigen als drijvende kracht achter toekomstbestendige zorg

“Verpleegkundigen zijn de grootste beroepsgroep in de zorg. Als we hen eigenaar maken van de innovaties die nodig zijn om de grote maatschappelijke zorgvraagstukken aan te kunnen, dan kunnen we écht het verschil maken,” zegt Marjolein Heemels, Directeur Verpleegkunde bij het Maastricht UMC+ en voormalig oncologieverpleegkundige. Volgens haar is verpleegkundig zeggenschap daarbij essentieel, maar alleen wanneer die structureel verankerd wordt binnen de organisatie.

Portretfoto van Marjolein Heemels

“Zeggenschap lijkt misschien een structuurvraagstuk, maar uiteindelijk is het vooral een kwaliteitsvraagstuk,” stelt Heemels. Waarom zouden zorgorganisaties verpleegkundigen meer zeggenschap willen geven? Omdat de zorg er beter van wordt. Verpleegkundigen staan het dichtst bij de patiënt en weten daardoor als geen ander waar processen slimmer, efficiënter en mensgerichter ingericht kunnen worden. Daarvoor moeten zij niet alleen inspraak krijgen, maar ook eigenaarschap ervaren en ruimte krijgen om hun vak verder te professionaliseren.

“Verpleegkundigen zijn jarenlang vooral taak- en uitvoeringsgericht aangestuurd,” vertelt Heemels. “Maar top-down veranderingen werken onvoldoende. Verbeteringen worden pas echt gedragen wanneer professionals zich eigenaar voelen van het vraagstuk én betrokken zijn bij de oplossing. De verpleegkundige stem structureel positioneren binnen de organisatie is daarom de sleutel achter professionele zeggenschap.”  

Een sterke verpleegkundige stem via councils, regieverpleegkundigen en stafconvent

Binnen het Maastricht UMC+ krijgen verpleegkundigen een stem via de shared governance-structuur. Er zijn ziekenhuis-, centrum- en afdelingscouncils ingericht, waarin verpleegkundigen structureel hun kennis kunnen inbrengen in besluitvorming en kwaliteitsverbetering. Binnen een afdelingscouncil zijn doorgaans ongeveer acht tot tien verpleegkundigen actief. De regieverpleegkundige, een functie die drie jaar geleden werd geïntroduceerd, vervult hierin een centrale rol. Deze verpleegkundige is verantwoordelijk voor de aansturing van het zorgproces en kartrekker in kwaliteit, veiligheid en innovatie op de afdeling. Heemels: “Regieverpleegkundigen zijn de katalysators van innovatie binnen ons umc.”

De councils initiëren verbeterprojecten aan de hand van uitkomsten van bijvoorbeeld de patiëntenervaringsmonitor (PEM) of verpleegkundige dashboards. Daarnaast versterken zij kennisuitwisseling tussen afdelingen, waardoor succesvolle werkwijzen sneller organisatiebreed kunnen worden toegepast.
“Binnen het umc bestonden bijvoorbeeld meerdere varianten voor de verzorging van centraal veneuze lijnen, een flexibele katheter in een groot bloedvat,” vertelt Heemels. “Dat wil je eigenlijk niet. Een eenduidige protocolleninfrastructuur draagt bij aan kwaliteit, veiligheid én verdere professionalisering van het verpleegkundig vak.”

Naast de councils werd in november 2025 ook het Verpleegkundig Stafconvent geïntroduceerd. Vanuit dit verpleegkundig gremium gaan verpleegkundigen actief in gesprek met de Raad van Bestuur. Daarmee leren verpleegkundigen strategischer kijken naar zorgvraagstukken én wordt de verpleegkundige blik nadrukkelijk meegenomen in de bestuurlijke besluitvorming.

Kleine verbeteringen, grote impact

De verpleegkundige zeggenschap heeft binnen het Maastricht UMC+ inmiddels geleid tot tal van concrete verbeteringen in de zorgpraktijk. Heemels noemt als voorbeeld het verkorten van de bedrust na een hartklepvervanging, nadat uit literatuuronderzoek bleek dat patiënten sneller konden mobiliseren. Ook werd de verzorgingsfrequentie van nefrostomiekatheters, een katheter die urine uit de nier afvloed, aangepast op basis van wetenschappelijke inzichten. “Dat vermindert niet alleen de belasting voor verpleegkundigen, maar verhoogt ook het comfort voor patiënten,” aldus Heemels.

Juist deze praktische verbeteringen laten zien hoe belangrijk het is om anders naar werkprocessen te kijken. “Niet blijven doen wat we altijd deden, maar kritisch blijven nadenken over wat echt waarde toevoegt voor patiënt en professional.”

Wanneer innovaties vervolgens organisatiebreed worden ingevoerd, ontstaat volgens Heemels een krachtige beweging binnen de organisatie. “Het heeft een enorme olievlekwerking op verpleegafdelingen. Het werkgeluk stijgt, verpleegkundigen ervaren meer autonomie en eigenaarschap. We zien bovendien dat de uitstroom van verpleegkundigen al drie jaar op rij daalt. Dat zijn ontzettend waardevolle resultaten.”

Samen leren via Lead-V

Via het actiegerichte onderzoeksprogramma Lead-V werken de umc’s samen aan het structureel versterken van verpleegkundige expertise binnen alle lagen van de organisatie. Binnen het onderzoek wordt per umc gekeken waar ontwikkelkansen liggen en hoe succesvolle initiatieven gedeeld en opgeschaald kunnen worden.

De deelnemende umc’s leren actief van elkaar. “Ieder umc heeft zijn eigen expertise,” vertelt Heemels. “Zo zijn bijvoorbeeld het UMCG en MUMC+ ver in de councilstructuur, terwijl het Radboudumc weer sterk is in verpleegkundige wetenschapsontwikkeling. Door kennis uit te wisselen versterken we elkaar.”

LEAD-V is een driejarig landelijk programma dat zich richt op het duurzaam versterken van verpleegkundig leiderschap, zeggenschap en professionele impact. Een belangrijk onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een gezamenlijke monitorings- en datastructuur waarmee de bijdrage, positionering en impact van verpleegkundigen binnen en tussen umc’s structureel inzichtelijk, meetbaar en vergelijkbaar worden gemaakt.


Dit artikel delen via:

Bekijk meer artikelen met deze onderwerpen