Ga naar de inhoud

Drie vragen aan… Matty Crone

Een nieuw jaar hangt vaak samen met goede voornemens. Fitnessclubs stromen massaal vol, Dry January is vol aan de gang en mensen proberen gezonder te eten. Het voorkomen van gezondheidsproblemen via bijvoorbeeld goede voornemens is een onderdeel van preventie, maar naast individuele initiatieven houden ook organisaties als de umc’s zich bezig met preventie.

We vragen Matty Crone, hoogleraar gezondheidsbevordering, verbinding, preventie en zorg bij Universiteit Maastricht, naar haar eigen beweegredenen en naar de rol van de umc’s binnen preventie.  

Waarom is preventie een onderwerp waar jij je al jaren hard voor maakt?

“Of je je wel of niet gezond voelt is zo’n wezenlijk iets voor een individu. Dit heeft invloed op je dagelijks leven, zowel op korte als op langere termijn. Preventie is daarom een onderwerp waar ik me hard voor wil maken. Ook omdat of je je gezond voelt niet altijd vanzelfsprekend is. Soms hangt dit misschien samen met je eigen gezondheidsgedrag, maar het kan ook door genetische of externe omstandigheden komen, zoals door verandering in je leven. Zoals het overlijden van een dierbare, een scheiding, werkloosheid of waar je woont of opgroeit. Dit heb je niet altijd helemaal zelf in de hand of gekozen. Gezondheid is een dynamisch proces waarin individuele, sociale en structurele omstandigheden belangrijk zijn. Het is belangrijk om vanuit een persoonlijk en maatschappelijk perspectief te begrijpen hoe je dit proces zo goed mogelijk kunt ondersteunen en verbeteren.”

Wat dragen de umc’s bij aan preventie? Hoe werken jullie samen?

“De umc’s dragen op verschillende manieren bij aan preventie. Ze dragen bij doordat ze ten eerste de zorg en behandeling van patiënten organiseren en contact hebben met de patiënt. Zij kunnen met gepersonaliseerde preventie patiënten begeleiden bij het verminderen van de ernst van hun aandoeningen of van behandelingen. Er wordt bijvoorbeeld prehabilitatie ingezet in ziekenhuizen. Of zij ondersteunen patiënten bij het verbeteren van hun gezondheid en welbevinden via de leefstijlloketten binnen de umc’s.

Ten tweede dragen ze bij door hoe ze gezondheid en welbevinden integreren in alle lagen van de organisatie. Het Maastricht UMC+ heeft onder andere het kennis- en expertisecentrum Preventie & Vitaliteit opgezet dat de kennis over preventie en vitaliteit wil verbinden, versterken en toepassen, gericht op patiënten, medewerkers, studenten en bewoners in de regio. Het doel is om duurzame impact te realiseren met gelijke kansen op gezondheid en een toekomstbestendige, vitale samenleving. In dit expertisecentrum wordt met diverse partners in de regio samengewerkt.

Het zou in die zin ook mooi kunnen zijn als umc’s of ziekenhuizen vaker in de buurt zichtbaar zijn. Bijvoorbeeld het laagdrempelig aanbieden van gezondheidschecks in de wijk met de daarbij behorende ondersteuning. Dit maakt het zo toegankelijk mogelijk voor iedereen. Samenwerking met gemeente en sociale welzijnsorganisaties is daarin essentieel, waardoor ook de meer sociale en structurele vraagstukken meegenomen kunnen worden in de ondersteuning. Zeker als er sprake is van een stapeling van sociale en gezondheidsproblemen bij individuen of gezinnen. Gezondheidsorganisaties wereldwijd zijn er in die zin ook steeds meer van overtuigd dat gezondheid gaat om zowel fysieke, als mentale en sociale gezondheid.”

Hoe kan de overheid werken aan preventie, welke concrete acties moeten er worden ondernomen?

“De overheid heeft een centrale verantwoordelijkheid om de gezondheid van de burgers te bevorderen en te beschermen. Zij kunnen in samenwerking met professionals uit onder andere het zorg- en welzijnsdomein, beleid ontwikkelen en implementeren dat kan ondersteunen om gezondheid te verbeteren en preventie te integreren in de verschillende systemen van de maatschappij. Eigenlijk zou het niet moeten gaan om een gezondheidssysteem maar om systemen voor gezondheid, waar gezondheid en ook gezondheidsgelijkheid een vaste waarde heeft. Een concrete actie zou al zijn dat preventie vaste financiering krijgt en niet afhankelijk is van de kabinetten die er zijn en dat er beleid op wordt gemaakt dat langdurig ingezet wordt.”


Dit artikel delen via:

Bekijk meer artikelen met deze onderwerpen